KOOPVAARDIJ IN DE OORLOG

Nederland bezit aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog de zevende koopvaardijvloot ter wereld, die zich qua niveau en imago kan meten met de allerbesten. Met het uitbreken van de oorlog in Nederland wordt een vaarplicht afgekondigd. Hierdoor hebben opvarenden geen andere keus dan te blijven varen: weigering staat gelijk aan desertie en wordt zwaar bestraft. Zo garandeert de regering het doorvaren van de handelsvloot in oorlogstijd. Vrijwel onbewapend en niet getraind voor oorlogsvoering gaat de koopvaardij de oorlog in. Voor de geallieerde zaak is het transport overzee van vitaal belang. De opvarenden bevaren alle wereldzeeën, waarbij ze voortdurend blootgesteld zijn aan de gevaren van de zee en het oorlogsgeweld.
*|END:WEB_VIDEO|*
DE SHIPPING
Ook wordt de Zeeschepenvorderingswet in werking gesteld. Hierdoor krijgt de Nederlandse regering het recht in om in geval van oorlog scheepsruimte te vorderen, om deze vervolgens in te zetten voor het nationaal belang. De eigen koopvaardijvloot moet ingezet kunnen worden voor geallieerde oorlogsdoeleinden, maar wel de Nederlandse status behouden. Eind mei 1940 wordt daarom de Netherlands Shipping and Trading Committee (NSTC) opgericht, om als ‘custiodian’ op te treden voor alle schepen, ladingen en belangen van rederijen in bezet Nederland. De NSTC, kortweg de Shipping genoemd, is belast met het onderhoud, het mannen en verzekeren van schepen, het exploiteren van de vaartuigen en het afsluiten van huurovereenkomsten. Ook draagt het zorg voor de zeelieden, zowel aan wal als op zee.

De Shipping krijgt ook zeggenschap over de bemanningsleden van de schepen. Tijdens de oorlog omvat het personeelsbestand van de Nederlandse koopvaardij ongeveer 32.000 opvarenden: 12.500 Nederlanders, 6.000 inwoners van het Koninkrijk en 13.400 buitenlanders. De Shipping houdt op persoonskaarten een administratie bij.
*|END:WEB_VIDEO|*
OPERATIE DYNAMO
De Nederlandse koopvaardijvloot wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog over heel de wereld ingezet. Kleinere kustvaartschepen opereren rondom Groot-Brittannië voor de bevoorrading van steden. Kustvaarders ondersteunen ook de grote handelsvaart, bijvoorbeeld als die schepen bij ondiep water de kust niet kunnen bereiken. Nederlandse kustvaartschepen spelen een rol tijdens operatie Dynamo in mei en juni 1940. Veertig Nederlandse kustvaartschepen evacueren 22.000 Britse en Franse troepen uit Duinkerken.
 
DODELIJKE SLACHTOFFERS
Dat het varen op zee tijdens de oorlog niet zonder gevaar is, blijkt wel uit de grote verliezen die worden geleden. Het oorlogsgeweld vernietigt bijna de helft van de Nederlandse handelsvloot. Ruim 3.400 opvarenden van de Nederlandse koopvaardij komen om het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog.


Verder lezen? Download hier het artikel 'De koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog'.

 
VAREN VOOR KONINGIN EN VADERLAND

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is Ary Romijn gezagvoerder bij de koopvaardij. Dat dit niet zonder gevaren is, ondervindt Romijn aan den lijve. Zo is hij kapitein van de Almkerk, die op 16 maart 1941 in de buurt van het West-Afrikaanse Freetown wordt getorpedeerd. Dankzij reddingsboten weet de bemanning te ontsnappen, waarna het twee dagen duurt voordat een Engels schip Romijn oppikt. 

Een jaar later ontsnapt Romijn als kapitein van de Aagtekerk wederom ternauwernood aan de dood. Duitse bommenwerpers vallen het schip aan, waarna het in brand vliegt. Romijn raakt zwaar gewond, maar blijft leiding geven aan de evacuatie. Hij verlaat als laatste man het schip en eindigt met ernstige verwondingen in het ziekenhuis.

Voor zijn daden tijdens de oorlog ontvangt Romijn meerdere onderscheidingen. In 1948 wordt hij benoemd tot Ridder der vierde klasse in de Militaire Willems-orde.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie
Van Alkemadelaan 786, 2597 BC Den Haag
Postbus 90701, 2509 LS Den Haag